“Wie als eerste op het slagveld is en de vijand afwacht is uitgerust; degene die later komt en zich in de slag moet haasten is vermoeid. Daarom bewegen bedreven krijgers de vijand en laten zich niet door de vijand bewegen.”
Sun Zu
In een eerder hoofdstuk schreef ik al dat een probleem van de kerk is dat we alleen defensief vechten in de geestelijke oorlog. Het principe dat Sun Zu hier beschrijft benadrukt dit probleem verder. Als we altijd alleen verdedigen, betekent dit dat we altijd vechten op de voorwaarden van de vijand.
Sun Zu gaat verder “Kom tevoorschijn waar de vijand zich moet haasten om te verdedigen; haast je naar plaatsen waar je niet wordt verwacht.”
De duivel gebruikt deze strategie bijna constant. Omdat satan en zijn demonen onzichtbaar zijn, kunnen ze makkelijk gebruik maken van het verrassingseffect. Al sinds de oudheid is er een gezegde: “nulla calamitas sola” oftewel, een ongeluk komt nooit alleen. Het lijkt een ervaring te zijn die veel mensen delen dat ongeluk en ellende vaak tegelijkertijd lijkt aan te dienen. Je wordt ziek, ontslagen, je verliest je portemonnee en tot overmaat van ramp struikel je en val je van de trap… Misschien overdrijf ik het nu een beetje, maar het idee is voor veel mensen herkenbaar. De duivel valt aan op je zwakke punten, en het liefst op meerdere punten tegelijkertijd.
Op deze manier is de duivel een meester in het toepassen van dit principe. Vaak zijn we al uitgeput voordat we goed en wel in de strijd zitten. Bij mezelf herken ik dan ook de neiging om pas te gaan vechten wanneer de vijand bij mij aan de poort staat. Ik begin pas te bidden voor genezing wanneer is ziek ben. Voor een ander is het misschien pas te geloven voor financiële zegen op het moment dat hij gebrek lijdt.
Wat we misschien niet zien is dat we eigenlijk altijd in het conflict zitten. Zoals ik eerder al schreef is het oorlog. De oorlog is aan de gang. En er zijn heel veel gebieden waar we kunnen aanvallen waar de duivel dit niet verwacht, omdat hij daar al lang geleden gewonnen lijkt te hebben. Een goed voorbeeld hiervan is zonde. Zonde is een zwakte van praktisch alle christenen. Er zijn hele theologieën omheen gebouwd, sommige hiervan zijn Bijbels, maar ook veel van de theorieën rondom zonde zijn bolwerken van leugens die we eerst zullen moeten ontkrachten voordat we verder kunnen. Ik heb het hier over ideeën de op een of andere manier zonde goedpraten, of die ervoor zorgen dat we niet geloven dat we op dit punt overwinning kunnen behalen.
Ik wil twee zulke theologieën bespreken die in mijn omgeving schade hebben veroorzaakt.
Geloof zonder werken
De eerste is “hyper-grace.” De genadebeweging heeft terecht een sterke nadruk gelegd op de genade van God. Gods genade is volmaakt en voor iedereen beschikbaar. We kunnen deze niet verdienen. Maar het gaat mis wanneer we zo’n focus leggen op genade dat we grote gedeelten van het Nieuwe Testament niet meer kunnen geloven. Een extreem voorbeeld kwam ik tegen toen ik eens een preek gaf over Efeze 2:8-10:
Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
Vers 8 is een uitdrukking van de radicale genade die het Nieuwe Testament preekt: genade en redding zijn niet uit ons, maar uit God. We hebben er niets aan kunnen doen om deze te verdienen. Dat is waarom we gered zijn, omdat God genadig is. Maar deze tekst beschrijft ons ook waartoe we gered zijn. Ik heb vroeger in de kerk altijd begrepen dat we gered zijn om naar de hemel te gaan. Maar dat is niet helemaal waar. In ieder geval is het niet het hele plaatje. We zijn ook gemaakt om goede werken te doen. Aan onze goede werken kunnen we dus zien of we daadwerkelijk gered zijn door genade. De goede werken zijn niet een vereiste van de genade, maar een onlosmakelijk gevolg.
In de discussie die naar aanleiding van de preek ontstond bleek dat ik hier een aantal controversiële dingen had gezegd. Ik wilde blijkbaar mensen weer onder de wet brengen omdat ik zei dat God goede werken van ze verwacht. De discussie ging vooral met één man wat over en weer, en toen ik uiteindelijk erop wees dat Paulus dit schreef, dezelfde Paulus op wiens woorden de gehele genadeleer gebouwd is, kreeg ik simpelweg het volgende antwoord: “Ja, met Paulus kan ik niet zoveel!”
Oké, met Paulus kun je niet zoveel? En met Jezus hoef ik zeker ook niet aan te komen want Hij zegt hetzelfde:
Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen.
(Mattheüs 7:15-20)
Ook andere apostolische schrijvers in het Nieuwe Testament hebben dezelfde boodschap. De duidelijkste daarvan is natuurlijk Jakobus. Die drukt hetzelfde uit als Paulus en Jezus in de onvergetelijke woorden van Jakobus 2:26:
Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood.
Het mag duidelijk zijn dat ons geloof vruchten moet voortbrengen. Er is natuurlijk een breed spectrum aan vruchten die je geloof kan hebben. Je kunt onder andere denken aan: mensen die geholpen zijn door praktische of financiële steun (Jak 2:14-26), mensen krijgen meer kennis over God (Kol 1:10), en God wordt verheerlijkt doordat anderen jouw leven zien (1Pet 2:12).
‘Ik ellendig mens’
De tweede theologie die schade heeft gedaan is de leer dat zonde een onoverwinbare vijand is. Dit is een leugen. Deze is grotendeels gebaseerd op een verkeerd lezen van hoofdstuk 7 van de Romeinenbrief. Een paar bekende verzen uit deze passage zijn:
14 Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. 15 Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet, want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik. 16 En als ik dat doe wat ik niet wil, val ik de wet bij dat zij goed is. 17 Nu ben ik het echter niet meer die dit teweegbreng, maar de zonde die in mij woont. 18 Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Immers, het willen is er bij mij wel, maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet. 19 Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. 20 Als ik nu dat doe wat ik niet wil, breng ík dat niet meer teweeg, maar de zonde die in mij woont.
Het lijkt vrij duidelijk wat Paulus hier schrijft. Hij worstelt met zonde. Er woont niets goeds in hem. In plaats daarvan woont de zonde in hem. Voeg hier nog het getuigenis van 1 Johannes 1:8 aan toe en het beeld is compleet:
“Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons.”
Onze worsteling met zonde is onoverkomelijk, omdat we nu eenmaal totaal verdorven zijn. Natuurlijk is het probleem van deze leer dat het ook niet veel zin heeft om echt tegen de zonde te strijden. Ja, we zien het als onze plicht om de zonde te weerstaan, maar aangezien we toch niet kunnen winnen is het niet onze schuld wanneer het niet lukt. Of nog erger, we voelen ons wel aangeklaagd en schuldig, maar tegelijkertijd geloven we dat we niet kunnen winnen. Dat maakt ons een slachtoffer en zet ons op non-actief. In beide gevallen wint de duivel.
Het probleem is dat Paulus het hier helemaal niet over heeft. Deze verzen uit de Romeinenbrief staan in een langer betoog van Paulus. Een paar verzen eerder, in 6:11-14 schrijft hij namelijk het tegenovergestelde:
11 Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere. 12 Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen. 13 En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God. 14 Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade.
Als Paulus ons in hoofdstuk 6 uitdrukkelijk gezegd heeft dat de zonde niet over ons zal heersen, waarom preken veel christenen dan het tegenovergestelde, op basis van dezelfde brief nog wel! Reken jij je dood voor de zonde? Of geloof jij dat jij “verkocht bent onder de zonde (7:14)?”
Wat dan?
Hoe kan Paulus zichzelf zo tegenspreken? Eigenlijk is het vrij simpel, dat doet hij niet. Lees de context. Eerst hoofdstuk 6, hier benadrukt Paulus meerdere malen dat we vrij zijn van zonde:
“6:2 Hoe zullen wij, die aan de zonde gestorven zijn, nog daarin leven ?”
“6:6 dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.”
“6:7 Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.”
“6:11 Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde.”
“6:12 Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen.”
“6:13 En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid.”
“6:14 Want de zonde zal over u niet heersen.”
“6:15 Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!”
“6:17 u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden.”
“6:18 vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid.”
“6:22 Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt, met als einde eeuwig leven.”
In de eerste verzen van hoofdstuk 7 behandeld Paulus de wet. De wet prikkelde onze hartstochten (7:5), en zorgt ervoor dat de zonde openbaar wordt. Wanneer we de 7 verzen lezen voor het gedeelte dat ik helemaal aan het begin citeerde wordt de context duidelijk:
7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen dan door de wet. Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren. 8 Maar de zonde heeft door het gebod een aanleiding gevonden en in mij allerlei begeerte teweeggebracht, want zonder de wet is de zonde dood. 9 Ik nu leefde voorheen zonder wet, maar toen het gebod kwam, is de zonde weer levend geworden. Ik echter ben gestorven. 10 En het gebod, dat tot leven had moeten leiden, bleek voor mij de dood te betekenen. 11 Want de zonde heeft door het gebod een aanleiding gevonden en mij misleid en daardoor gedood. 12 Zo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed. 13 Is dan het goede de oorzaak van mijn dood geworden? Volstrekt niet! Maar de zonde heeft – opdat zij als zonde zichtbaar zou worden – door het goede voor mij de dood teweeggebracht, opdat door het gebod de zonde uitermate zondig zou blijken te zijn. 14 Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.
En hierna volgt het beroemde stuk waar ik mee begon. Waar heeft Paulus het over? Over het leven onder de Wet. Dezelfde wet waarvan hij vrij is verklaard in 7:6: “Maar nu zijn wij ontslagen van de wet, gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten, zodat wij in nieuwheid van Geest dienen, en niet in oudheid van letter.” Het hele doel van deze passage is laten zien dat de Wet goed is, maar niet leidt tot redding. Verlossing is niet uit de Wet. De Wet onderstreept alleen de zonden. En zonder Jezus biedt de Wet geen perspectief. Onder de Wet roet men dan ook uit: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? (7:24)”
Maar wat je niet moet missen is het antwoord dat Paulus gelijk erna opschrijft: “Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.” En Paulus gaan door met zijn betoog in hoofdstuk 8. Misschien is een van de schadelijkste ontwikkelingen in de theologie wel het toevoegen van hoofdstukken en verzen geweest. Want hoewel ze heel handig zijn in het opzoeken van dingen zorgt het er ook voor dat mensen niet meer lezen wat er staat. Paulus schreef geen verzen, hij schreef brieven!
1 Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, [die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.] 2 Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood. 3 Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloosals zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, 4 opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
God heeft dat gedaan wat onmogelijk was. Wat was er onmogelijk? Stoppen met zondigen, en leven volgens Gods wil.
Wat wil ik hiermee zeggen?
Dit was een lange omweg om terug te komen bij wat Sun Zu zegt:
“Wie als eerste op het slagveld is en de vijand afwacht is uitgerust; degene die later komt en zich in de slag moet haasten is vermoeid. Daarom bewegen bedreven krijgers de vijand en laten zich niet door de vijand bewegen.”
De leerstellingen hierboven, zowel de wetteloze genade als totale verdorvenheid zijn allebei manieren waarop de vijand zich eerder op het slagveld weet te plaatsen. We komen al met een achterstand wanneer we niet geloven dat er geen strijd te leveren is(hypergrace), en hetzelfde is het geval wanneer we denken dat de strijd al verloren is (ik ellendig mens).
Maar nu we hebben vastgesteld dat er nog wel een strijd met zonde is, maar we deze kunnen winnen door Jezus Christus kunnen we weer opstaan en beginnen met vechten. Misschien sta je 1-0 achter, maar Jezus zit al in het winnende team. We hoeven ons alleen nog bij Hem aan te sluiten.
Hoe verslaan we dan de zonde in ons leven?
Om het makkelijk te maken moeten we eerst het begrip ‘zonde’ duidelijk maken. Veel mensen noemen het ‘je doel missen.’ Dat zou wel de precieze betekenis kunnen zijn van het Griekse woord, maar het helpt ons niet veel verder. Wat is dat doel dan? En hoe weet je of je het gemist hebt?
Traditioneel gezien worden er 7 groepen zonde onderscheiden. Dit kan helpen om te kaderen waar we het over hebben en maakt het ook makkelijker om een plan op te stellen om deze zonden te overwinnen. De 7 groepen zijni:
- Superbia (hoogmoed, hovaardigheid, ijdelheid, trots)
- Avaritia (hebzucht, gierigheid)
- Luxuria (onkuisheid, lust, wellust)
- Invidia (nijd, jaloezie, afgunst)
- Gula (onmatigheid, gulzigheid, vraatzucht)
- Ira (woede, toorn, wraak, gramschap)
- Acedia (gemakzucht, traagheid, luiheid, vadsigheid)
Vermoedelijk staan er wel wat dingen in het lijstje die we bij onszelf herkennen. Maar het mooie is, we hebben geleerd dat we deze werken van de vijand kunnen verslaan in ons leven! Natuurlijk is de eerste stap gewoon het tegenovergestelde doen. Ben je hebzuchtig? Ga geld weggeven. Ben je hoogmoedig? Belijd je zonde, verneder jezelf op een gezonde manier. Wat is het tegenovergestelde van de zonde die jij moeilijk te verslaan vindt? Neem gerust je tijd om daarover te bidden en te mediteren.
In de strijd tegen zonden heeft de traditie nog twee wapens gegeven: deugden en disciplines. Het bestuderen hiervan kan helpen bij je reflectie. Daar gaan we in een later hoofdstuk verder mee aan de slag.
Helemaal in het begin van dit hoofdstuk schreef ik dat we de strijd met zonde kunnen gebruiken als onze sterkte in plaats van onze zwakte. In het volgende hoofdstuk wil ik dit verder uitwerken.
Reflectievragen
- Herken je bij jezelf dat je doorgeschoten bent in genade of in een leer waarin we niet kunnen stoppen met zondigen?
- Wat vind je van de Bijbelse boodschap dat zonde een vijand is die overwonnen kan worden?
- Helpt de lijst met 7 zonden jou om te zien waar jij aan kunt werken?
De kunst van geestelijke oorlogvoering
- Bronnenlijst
- Inleiding
- Uitstapje 1 – De oorlog
- Hoofdstuk 1 – Planning
- Hoofdstuk 2 – De kosten van oorlog
- Hoofdstuk 3 – Een aanval plannen
- Uitstapje 2 – Jezelf kennen
- Uitstapje 3 – de vijand kennen
- Hoofdstuk 4 – opstelling
- Hoofdstuk 5 – Energie
- Hoofdstuk 6 – Kracht en Zwakte van de gelovige (of: hoe overwinnen we over zonde?)
- Hoofdstuk 6b – Goede werken als diagnostisch werktuig

Geef een reactie